Lev Tolstoj - Mijn biecht

Mei 28, 2018
Lev Tolstoj. Foto: S.M. Prokoedin-Gorski, 1908
Lev Tolstoj. Foto: S.M. Prokoedin-Gorski, 1908

Waartoe leef ik? Welke zin heeft mijn leven? Waarom besta ik? Wat ben ik? Wat zal het resultaat zijn van mijn leven? Dit zijn de vragen waarmee de wereldberoemde Russische grootmeester Lev Nikolajevitsj Tolstoj (1828 – 1910) worstelde vanaf zijn 50ste levensjaar. Mijn biecht (1881) vormt een beknopte neerslag van de persoonlijke zoektocht van de schrijver naar antwoorden op genoemde existentiële vragen.

Wandeling
Mijn biecht bestaat uit 16 korte hoofdstukken. Tolstoj kijkt terug op zijn leven en meer bepaald op de religieuze en filosofische opvattingen die hij er gedurende zijn leven op nahield. Als lezer wandel je als het ware naast de auteur en word je stille getuige van zijn pijnlijke innerlijke strijd. Onderweg kom je afgronden tegen, wouden waaruit geen uitweg lijkt te zijn, open plekken van rust en hoop, onbegaanbare paden en zelfs moerassen. Hoopvol kijk je uit naar de antwoorden die hij zal geven op de meest essentiële vragen die er zijn en die we ons allemaal stellen. 

Het orthodox-christelijke geloof
De eerste zin van het eerste hoofdstuk luidt: “Ik ben gedoopt en opgevoed in het Russische orthodox-christelijke geloof.” Maar als 18-jarige had Tolstoj reeds het geloof in alles wat hem werd onderricht, verloren. God bestond niet en de hele geloofsleer besloot hij niet al te serieus te nemen. “Ik geloofde niet meer in wat mij in mijn kinderjaren was bijgebracht, maar ik geloofde wel nog ergens in. … Wanneer ik nu aan die tijd terugdenk, dan zie ik heel duidelijk dat mijn geloof – datgene waardoor mijn leven werd voortgedreven – het geloof in vervolmaking was.” (p.12) Tolstoj streefde ernaar steeds beter te zijn, in moreel opzicht, maar ook op intellectueel en materieel niveau. Hij wou beroemder, belangrijker en rijker zijn dan anderen. Naar eigen zeggen heeft hij 10 jaar op die manier geleefd.

Tolstoj beschuldigt iedereen, zichzelf incluis, van ijdelheid, hebzucht en hoogmoed.

Biecht
Tolstoj is niet mild voor zichzelf, noch voor alle andere schrijvers en intellectuelen uit zijn kring. Hij beschuldigt iedereen, zichzelf incluis, van ijdelheid, hebzucht en hoogmoed. “Onze werkelijke drijfveer was het verlangen om zoveel mogelijk geld te verdienen en zoveel mogelijk lof te oogsten. Om dit te verwezenlijken, konden wij niets anders doen dan boekjes en kranten vol schrijven. Dat deden we ook.” (p. 19) Hoe kon Tolstoj zo’n bestaan verantwoorden tegenover anderen, maar bovenal tegenover zichzelf? In die fase van zijn leven geloofde hij, samen met zijn kompanen schrijvers en intellectuelen, in het bijna heilige begrip ‘verlichting’. Alleen met de ratio zou men tot werkelijk begrip van het leven komen en daartoe diende men de mensen te onderrichten, te schrijven, en zo doende zichzelf en de massa te ontwikkelen. 

Europa
Tijdens zijn reizen in West-Europa raakte hij erg ontgoocheld in zijn visie op de vooruitgang en de verlichting. Hij woonde in Parijs een terechtstelling bij waarbij de guillotine werd gebruikt. Dit betekende voor Tolstoj een absoluut dieptepunt én een keerpunt. “Ik begreep dat niet de vooruitgang het laatste woord heeft over wat goed en noodzakelijk is, maar ik zelf en mijn eigen hart.” (p. 22) Daarnaast was ook het vreselijke lijdensproces en de dood van zijn broer aanleiding tot vertwijfeling. Tolstoj kon niet anders dan besluiten dat er absoluut geen zinnige verklaring gevonden kon worden op de vraag waarom zijn broer had geleefd en nog minder op de vraag waarom hij stierf.

Onderricht
Terug uit het buitenland vestigde Tolstoj zich op zijn landgoed Jasnaja Poljana. Hij stortte zich op het onderricht van boerenkinderen. Dit werk deed hij vol enthousiasme, hoewel hij gekweld werd door de vraag wat hij de kinderen precies moest leren. De vooruitgang had, althans op bepaalde punten, gefaald en Tolstoj vond dat hij die primitieve mensen volkomen vrij  moest laten en henzelf moest laten kiezen wat en hoe ze wilden leren. Een heel mooie getuigenis over dit schoolleven kan je lezen in De onbekende Tolstoj van Vasili Morozov, één van die boerenkinderen. De getuigenis heeft geen literaire waarde, maar geeft ons een mooi beeld van hoe Tolstoj was als leraar en als mens. 

Huwelijk en gezinsleven
In 1862 trouwt Tolstoj met Sofia Bers en samen krijgen ze 12 kinderen. Er breekt een gelukkige periode aan in het leven van Tolstoj. Eindelijk houdt hij op met zijn voortdurende zoektocht naar de zin van het leven. Zijn hele bestaan concentreerde zich in die periode op zijn gezin, de kinderen en de zorgen om het gezinsinkomen. Hoewel Tolstoj eerder tot de conclusie gekomen was dat het schrijversbestaan ijdelheid en zelfs complete waanzin was, ging hij toch door met schrijven. Zoals bekend werd hij één van Ruslands grootste schrijvers en hij bereikte zijn literair hoogtepunt met zijn twee lijvige en wereldberoemde werken Oorlog en vrede en Anna Karenina.

Geestelijke crisis
Na de voltooiing van Anna Karenina overvielen hem opnieuw ogenblikken van niet-begrijpen en diepe vertwijfeling. Dezelfde vragen, waarmee hij jaren geleden geworsteld had, keerden terug en steeds dwingender eisten zij een antwoord. “Mijn leven kwam tot stilstand. Ik kon ademhalen, eten, drinken, slapen – maar het leven was eruit verdwenen, omdat ik geen wensen meer had waarvan ik de bevrediging verstandig vond. … De waarheid was dat het leven geen zin had. … Ik wist zelf niet wat ik wilde: ik was bang voor het leven, wilde het verlaten.” (p. 29-30) En verder: “Hoe dikwijls ik ook hoor: de zin van het leven kun je niet begrijpen, denk er niet over na, leef! – ik kan het niet, omdat ik dat vroeger te lang gedaan heb.” (p. 34) Tolstoj heeft meerdere periodes van geestelijke crisis meegemaakt en telkens gingen die gepaard met zelmoordgedachten.

Waarom?
Tolstoj was ervan overtuigd dat de vragen die hij stelde de enig gerechtvaardigde vragen waren. “Mijn vraag – de vraag die mij op mijn vijftigste in de richting van zelfmoord dreef – was de allereenvoudigste vraag die ligt in het hart van ieder mens, het was de vraag zonder welke het leven onmogelijk is, zoals ik ook aan den lijve had ondervonden. Die vraag luidde: ‘Wat wordt er van alles wat ik nu en morgen doe, wat wordt er van mijn gehele leven?’ Anders gezegd luidt de vraag aldus: ‘Waarom moet ik leven, waarom moet ik iets willen, waarom moet ik iets doen?’ Nog anders gezegd gaat de vraag als volgt: ‘Heeft mijn leven een zin die niet door de dood die mij onvermijdelijk wacht teniet wordt gedaan?’ (p. 40) 

Tolstoj kwam tot de conclusie dat rationele kennis geen uitsluitsel kan geven over de zin van het leven. 

Antwoorden
Tolstoj zocht naar antwoorden in de wetenschappen, maar vond geen bevredigende antwoorden. De exacte wetenschappen geven heldere en precieze antwoorden, maar dan wel niet op de meest belangrijke vragen. De andere wetenschappen (die hij de speculatieve wetenschappen noemt) stellen wel de juiste vraag, maar geven er geen antwoord op. De exacte wetenschappen vond Tolstoj heel interessant en aantrekkelijk, maar niet toepasbaar op levensvragen. Hoe minder exact de wetenschap is, hoe meer die probeert een antwoord te formuleren op de levensvragen. 

Filosofie 
En de filosofie? Die probeert de vraag zo duidelijk mogelijk te formuleren, maar als antwoord biedt zij enkel: “Ik weet het niet.” Tolstoj bestudeerde het werk van filosofen als Seneca, Descartes, Kant, Leibniz, Rousseau, Spinoza, Pascal en Schopenhauer. In Mijn biecht citeert hij Socrates, Schopenhauer, Salomo en Boeddha, in wiens leer of geschriften hij dezelfde conclusie vindt: “Alles is ijdelheid. Gelukkig is hij die niet geboren is, de dood is beter dan het leven, we moeten onszelf van het leven losmaken.” (p. 59) De enige logische en rationele daad die een weldenkend mens kon stellen was zelfmoord.

Onbepaalde kracht
Waarom pleegde Tolstoj dan geen zelfmoord? Zelf schrijft hij hierover: “De enige reden dat ik geen zelfmoord pleegde, was een vaag besef van de onjuistheid van mijn ideeën. Hoe overtuigend en logisch mijn gedachtengang ook leek, en die van de wijzen die ons tot het inzicht hadden gebracht dat het leven zinloos is, toch bleef een vage twijfel knagen aan de juistheid van het uitgangspunt van mijn redenering.” (p. 65) De leer van die wijzen was logisch opgebouwd en rationeel volkomen overtuigend, maar er ontbrak iets aan. Een andere kracht haalde Tolstoj uit zijn wanhopige situatie. Tolstoj brak met zijn kring van geleerde, rijke en ledige mensen en ging zijn aandacht volledig op het werkvolk richten. Tolstoj kwam na een tijdje tot de conclusie dat rationele kennis geen uitsluitsel kan geven over de zin van het leven, maar, integendeel, het leven zelf uitsluit. Irrationele kennis, of het geloof, dat hij aantrof bij de gewone volksmassa, kon Tolstoj ook niet accepteren, omdat veel van die kennis tegen zijn verstand inging. “Mijn situatie was hopeloos. Ik wist dat ik op de weg van rationele kennis niets zou vinden dan de ontkenning van het leven, en in het geloof niets dan de ontkenning van het verstand, wat nog onmogelijker is dan de ontkenning van het leven.”


Mijn biecht werd vertaald door Arthur Langeveld en is voorzien van een nawoord van de Belgische filosofe en auteur Patricia De Martelaere

Geloof als levenskracht
Tolstoj vond het geloof nog net zo irrationeel als vroeger. Toch moest hij zichzelf toegeven dat het als enige de mensheid antwoorden geeft op de levensvragen en dientengevolge de mogelijkheid schept om te leven. Tolstoj stortte zich nu op de studie van de verschillende religies. Uiteindelijk verwierp hij alle kerkelijke rituelen en geloofspraktijken. Maar Tolstoj geloofde wel. “Het geloof is kennis van de zin van het menselijk leven, waardoor de mens zichzelf niet vernietigt, maar verder leeft.” (p. 78) Tolstoj begon God te zoeken en is daar niet meer mee opgehouden tot hij stierf in 1910. Uit biografieën van Tolstoj weten we dat de schrijver zich het dichts bij God wist op zijn talloze wandelingen in de bossen op en rondom zijn landgoed.

Mahatma Gandhi
Tolstoj onderhield aan het begin van de 20ste eeuw een correspondentie met Mahatma Gandhi, die zich een ‘nederig volgeling’ noemde van Tolstoj. Tolstoj was een fervent verdediger van een universeel pacifisme. Verder behoorden ook vegetarisme, geheelonthouding, een sobere levensstijl, het leiden van een nederig arbeidersbestaan en het verrichten van liefdadige werken tot het nieuwe ethos van Tolstoj. 

Onbeslist
Mijn biecht werd geschreven als een soort van inleiding op het omvangrijke theologische werk dat Tolstoj van plan was te schrijven. Je vindt er uiteraard geen sluitende antwoorden op de fundamentele levensvragen. Het is bovenal een eerlijke en menselijke getuigenis van een persoonlijke zoektocht naar zingeving. Na Oorlog en vrede en Anna Karenina heeft Tolstoj hoofdzakelijk filosofische werken geschreven. Hiertoe behoort ook Mijn biecht.

Meer weten?
Pietro Citati schreef een toegankelijke biografie Tolstoj. Voor een diepgaand begrip van het leven en werk van Tolstoj zou ik het in 2010 verschenen Tolstoy – A Russian Life van Oxford-specialiste Rosamund Bartlett willen aanraden. Zij oogstte onlangs ook veel succces met haar vertaling van Anna Karenina.

Tekst: Nele Ninclaus

Vorig artikel Oost-Europa in Gent: de verhalen achter de feiten
Volgend artikel Belgische psychedelische kunst in Sint-Petersburg

Ons steunen

November 2019

 

Russisch leren

Lesexpres Russisch, dr. Bart-Jan Hommes