Kunstenaar Andrej Babenko: seks, Google, rock-n-roll

Mrt 1, 2018
Andrej Babenko, Machteld Ryckaert (Spasibo)
Andrej Babenko, Machteld Ryckaert (Spasibo)

Op 24 februari had in Kunsthal Extra City (het museum voor hedendaagse experimentele kunst) in Berchem een exclusieve interdisciplinaire performance plaats. De pop-up tentoonstelling van Oekraïens-Vlaamse kunstenaar Andrej Babenko werd ondersteund door ruwe gitaarriffs van Mauro Pawlowski (oud-lid dEUS) en de harde en directe poëzie van Charles Bukowski, die door bekende psychiater Dirk De Wachter werd voorgedragen. Spasibo sprak met Andrej Babenko over zijn pad in de Belgische kunstwereld.

Babenko is geboren in Bojarka, Oekraïne, en vluchtte op 14-jarige leeftijd naar Sint-Petersburg, Rusland. Daar beleefde hij een bewogen punk-jeugd, tot hij op 25-jarige leeftijd naar België kwam. In Antwerpen volgde hij een opleiding schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Vandaag werkt hij elke dag in zijn atelier in Merksem.

De kunstenaar heeft in zijn artistieke carrière al heel wat bereikt: hij werkte als grafisch ontwerper en illustrator voor de Vlaamse Opera, waar hij in 2010 ook een solotentoonstelling had. Ook werkte hij eind vorig jaar mee aan een actie voor de Warmste Week (Studio Brussel) met het departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid, waarbij oude verkeersborden door verschillende kunstenaars werden omgetoverd tot kunstwerken en online werden geveild.

Andrej Babenko voor de Warmste Week – ’70 ik hou van jou!’
Andrej Babenko voor de Warmste Week – ’70 ik hou van jou!’

Waarom koos je voor een samenwerking met Dirk De Wachter en Mauro Pawlowski?
Met Mauro heb ik enkele jaren geleden al een performance gedaan in kunstgalerij Campo & Campo, waar toen ook een tentoonstelling van mijn werk liep. Hij zorgde voor de muziek en op het einde hebben we samen geïmproviseerd en gedanst. Vanaf het begin klikte het erg goed met hem. Dirk De Wachter leerde ik pas later kennen. Ik zag hem voor het eerst toen hij een speech gaf voor een andere kunstenaar. Hij was meteen gewonnen voor de samenwerking met mij en Mauro, hoewel hij mijn werk toen nog niet kende. Toen hij mijn website bezocht om mijn kunst te bekijken, was hij van mening dat er meer moest zijn dan een ‘gewone officiële speech’. Aangezien mijn werken heel expressief zijn, vond Dirk dat we iets schreeuwerigs in de performance moesten verwerken. Zo ontstond het idee om gedichten van Charles Bukowski voor te dragen. Toen hadden we nog één probleem: we hadden nog geen locatie. Het probleem bij musea is dat ze vaak al tentoonstellingen hebben vastgelegd voor de komende jaren. Uiteindelijk kreeg ik van Extra City te horen dat we de performance hier mochten doen, hoewel ik me nog goed herinner dat ze mijn werk vijf jaar geleden niet tentoon wouden stellen “omdat het geen kunst was” (lacht).

Hoe zou je zelf je kunst omschrijven?
In hedendaagse kunst is het sowieso moeilijk om je werk te koppelen aan één stroming, maar ik zou mijn werk beschrijven als collages of samenstellingen van beelden die voor mij persoonlijk iets betekenen of een bepaalde emotie oproepen. Ik selecteer zorgvuldig welke dingen ik op mijn schilderij wil plaatsen. Ik vertrek met de verschillende beelden vanuit mijn eigen standpunt, maar probeer het universeel te maken zodat alle mensen er iets in herkennen wat ook op hun leven van toepassing is. Zo komt er een wervelwind van lijnen, kleuren en vlakken tot stand, die op het eerste zicht misschien onduidelijk lijkt, maar waarin je meer herkent hoe langer je ernaar kijkt. Vooral de gelaagdheid is iets wat in mijn werk misschien meteen opvalt. Ik werk met transparante mediums, laag per laag, wat diepte creëert. Dat is overigens een techniek die al dateert uit de tijd van de Vlaamse Primitieven. Iemand zei op het einde dat de performance samen met mijn schilderijen hun deden denken aan de levende beelden bij de schilderijen van Hieronymus Bosch.

Welke thema’s interesseren je?
Mijn schilderijen zijn collages van indrukken die ik elke dag rondom mij opvang. Uit het nieuws, op Facebook, mijn eigen levenservaringen. Het is vergelijkbaar met hoe de Russische zanger Vladimir Vysotski te werk ging. In een interview zei hij eens dat hij inspiratie voor nieuwe nummers opdoet door gewoon de tv op te zetten en te kijken wat er elke dag in de wereld gebeurt. Vooral de politiek, dat is bijna om te lachen. Op de tentoonstelling hier hangt één kleiner werk met drie figuren die seks hebben. Daar heb ik de gezichten van Poetin, Angela Merkel en Kim Jong-un op gezet. Net zoals Charles Bukowski ben ik heel nihilistisch als het op politiek aankomt. Dat komt omdat ik met mijn ervaring in Oekraïne en Rusland grote inflaties heb meegemaakt. Ik probeer het vooral allemaal op afstand te bekijken en aan mij voorbij te laten gaan. In mijn twee laatste schilderijen komen ook heel expliciete pornografische elementen aan bod, omdat die dingen vandaag de dag heel makkelijk beschikbaar zijn via Google. Het verwijst ook naar de privacywet: vandaag zijn onze accounts en persoonlijke informatie bijna volledig publiek toegankelijk. Op zulke eigentijdse tendensen probeer ik ook in te spelen via mijn kunst.

De performance in Kunsthal Extra City (van links naar rechts): Mauro Pawlowski, Andrej Babenko, Dirk De Wachter
De performance in Kunsthal Extra City (van links naar rechts): Mauro Pawlowski, Andrej Babenko, Dirk De Wachter

Waaruit haal jij inspiratie voor je werken?
Emoties hebben in mijn leven altijd een heel grote rol gespeeld. Als ik schilder, doe ik dat steeds met muziek, vooral met de nummers van de Russische band Leningrad. Ik probeer dan ook echt naar de teksten te luisteren. Zij zijn vaak heel cynisch en lachen met de verschillende aspecten van het dagelijkse leven. Mijn kunst wordt op dat moment eigenlijk een illustratie bij die muziek; vaak gaat dat gepaard met scheldwoorden, wat ook terugkeert in mijn werk.

Vind je dat je als kunstenaar in Vlaanderen genoeg ondersteund wordt?
Ik doe natuurlijk nog altijd heel veel zelf, maar ik heb wel een Studio Start, die ik tegen een heel lage prijs kan huren. Studio Start zorgt voor betaalbare werkruimten in verschillende gebouwen in Antwerpen, speciaal voor professionele kunstenaars. Je moet dan wel aan een reeks voorwaarden voldoen en een hele selectieprocedure doorlopen. Er is ook een lange wachtlijst, dus je moet een beetje geluk hebben om zo’n studio te bemachtigen.

Wie zijn je toeschouwers?
In het begin was het zeker zo dat er vooral Russischtaligen naar mijn tentoonstelling kwamen, omdat je natuurlijk een zekere verbondenheid hebt. In België ben ik ook nog maar een vijftal jaar echt met kunst bezig. Op de performance vanavond heb ik wel gemerkt dat er toch heel wat nieuw publiek is. Mauro had deze keer ook een aankondiging op zijn website geplaatst. Het is ook wel zo dat sommige mensen in de eerste plaats enkel voor Mauro of Dirk komen, maar op die manier ook mijn werk leren kennen. Een win-win voor alle partijen, dus. Ik ben echt trots dat ik helemaal op mijn eentje zo’n unieke samenwerking heb kunnen realiseren.

Welke projecten staan er voor de toekomst?
Mijn werken die hier vanavond tentoon staan, worden teruggebracht naar Campo & Campo. In april viert de kunstgalerij zijn 120ste verjaardag. Daarnaast heb ik nog enkele kleinere projecten lopen. Mauro, Dirk en ik denken er trouwens over om onze performance nog op andere plaatsen te brengen. Vanavond was er bijvoorbeeld een cameraman aanwezig om voor een video te zorgen, en een journaliste van Knack, dus we zijn al volop met de promo bezig.

Tekst en foto’s: Machteld Ryckaert

Vorig artikel Lenin
Volgend artikel Arnout Brouwers – Rodina

Ons steunen

Deel je Trakteer ons op een 
Spasibo bestaat zonder geld, maar niet zonder inspanning. Vind je een artikel leuk? Doneer voor een vrijwilligersvergoeding van je favoriete auteur. Elke cent telt!

September 2020